Voorwaardelijke steun voor een lagere vennootschapsbelasting voor KMO's

30 januari 2016

Voorwaardelijke steun voor een lagere vennootschapsbelasting voor KMO's

 
Een lager nominaal tarief voor de vennootschapsbelasting zoals minister van Financiën Johan Van Overtveldt suggereert (De Tijd, 30 januari) is principieel een goed idee. Maar in zijn voorstel worden de multinationals met 97 procent van de budgettaire kostprijs bediend, terwijl het maar 100 miljoen kost om de kmo's daarvan te laten genieten. Een alternatief voorstel dringt zich op waarbij de kmo's de winnaars zijn.
De verlaging van de vennootschapsbelasting voor kmo's is op zich een goed idee. We zijn niet competitief met Nederland. Het tarief voor de heffing van vennootschapsbelasting voor het jaar 2016 bedraagt in Nederland 20 procent voor een belastbaar bedrag tot 200.000 euro. Daarboven bedraagt het vennootschapsbelastingtarief er 25 procent. In België betalen ondernemingen vanaf 25.000 euro al 31,93 procent en vanaf dan gaat het snel naar 33,99 procent. De Belgische kmo's hebben structureel een belangrijk hoger tarief dan in Nederland.
Fiscale specialisten die België moeten promoten in het buitenland hebben ook een probleem. Bij de eerste slide - de nominale tarieven - loopt het al fout: we kunnen niet mee met Nederland en Duitsland. Ze komen dan wel met de tweede slide - meestal de notionele intrestaftrek - maar dan is het kalf al verdronken. De indruk van een duur fiscaal land krijgen ze niet meer weg met de promotionele slides die volgen.
België is een dure supermarkt met heel veel promoties. Wanneer je er binnenkomt, word je overspoeld door speciale fiscale promoties. Het idee is om de consument te verdoven en te verhinderen dat hij de realiteit ziet. Natuurlijk blijft dat niet duren. Consumenten laten zich niet enkel leiden door promoties, maar willen ook weten wat het echte prijsbeleid is. Het is maar een kwestie van tijd voor de consument de waarheid ziet.
In een echte supermarkt speelt dezelfde problematiek en wordt aan oplossingen gedacht. Procter & Gamble, bekend van onder andere Pampers, Dash en Head&Shoulders, voerde zo ooit eens een 'every-day low price' (EDLP) in. Het idee was dat ze af wilden van alle promoties en ze wilden bewust het geld investeren in lage prijzen die elke dag zouden gelden. Naast enorme besparingen zou ook de prijsperceptie enorm dalen. Besparingen zouden komen van lagere kosten voor advertenties, lagere voorraadkosten en minder complexiteit. Weg met een fles shampoo met 10 procent gratis, weg met twee-plus-één-gratis. De kostenopbrengst werd volledig geïnvesteerd in lagere prijzen. Elke dag, every day.
Dat is ook wat België moet doen. Dat betekent: de aftrekken - de promoties - zo veel mogelijk opkuisen en het geld investeren in een lager nominaal vennootschapsbelastingtarief. Een gesloten circuit dat tot een beduidende verlaging kan leiden. De kosten kunnen ook dalen, omdat alles eenvoudiger wordt. Eenvoudiger om aan te geven en eenvoudiger om te controleren.
Het moet evenwel duidelijk zijn dat er niet bijkomend uit de algemene pot kan worden gefinancierd.
Ten eerste is de begroting er niet goed aan toe. Er is een tekort van 11 miljard euro en daarenboven is er nog heel wat risico rond de taxshift. Die heeft een gat van minstens een miljard. Hopelijk kunnen de terugverdieneffecten van de taxshift een veelvoud van een miljard zijn, maar heel zeker is het niet. In deze verlaging van de vennootschapsbelasting opnieuw rekenen op terugverdieneffecten is te risicovol voor de begroting. Valt het met die terugverdieneffecten tegen voor de taxshift én ook nog eens voor een verlaging van de vennootschapsbelasting, dan halen we het evenwicht tegen 2018 zeker niet.
Niet asociaal
Ten tweede heeft deze regering een groot probleem en kan ze mogelijk vallen indien ze de evenwichten in het land niet respecteert. De hervormingen in het land moeten iedereen ten goede komen. Dit is voor de CD&V als volkspartij belangrijk. Centrumrechtse regeringen vallen niet omdat hun economische recepten niet goed zijn, maar omdat ze als asociaal worden beschouwd. Het zou het draagvlak van deze regering en van mijn partij daarin overstijgen indien deze verlaging uit de algemene pot zou moeten worden gefinancierd. Dat is ook geen materie voor een begrotingscontrole, maar past eerder in een jaarlijkse begrotingsopmaak.
Het is principieel evenwel een goed idee om de fiscale promoties voor ondernemingen zo veel mogelijk weg te werken en het geld te investeren in een lager nominaal tarief. Zonder extra belastinggeld komen we zeker niet aan een tarief van 20 procent. Maar alle beetjes in de goede richting kunnen helpen.
De budgettaire krapte is een zeer valabel tegenargument in het debat, maar mag verdere analyse niet verhinderen. Daarvoor is deze materie te belangrijk. Het verdient daarom aanbeveling om deze hervorming alvast door te voeren voor de kmo's. De kostprijs zou beperkt zijn tot 100 miljoen euro. Dat is een bedrag dat aanvaardbaar is en in een groter compromis zijn maatschappelijke plaats kan vinden. Men kan ook verder gaan, door de kmo's te verplichten de aftrekken te laten vallen in ruil voor een 20 procent-tarief. Dat is budgettair neutraal of kan budgettair neutraal gemaakt worden. Voor dat subvoorstel bestaat dan ook geen enkel tegenargument meer.
Dit is ook het verschil met het voorstel van minister Van Overtveldt. Zijn motivatie lijkt een reactie ingegeven door het wegvallen van de overwinstrulings voor multinationals. In zijn voorstel worden de multinationals met het allergrootste deel (97%) van de budgettaire kostprijs bediend. De reacties waren dan ook voorspelbaar. In mijn voorstel zijn de kmo's de winnaars en moet men niet rekenen op terugverdieneffecten. Terugverdieneffecten zijn als ufo's: iedereen spreekt erover, maar niemand heeft ze al ooit gezien.

Volg Hendrik op

       

Foto's

Twitter